Ergens begrijp ik dat. VO2max is een van de weinige getallen waarmee je jezelf kan vergelijken met de allerbesten. Met je bloeddruk of je gewicht leg je jezelf moeilijk naast een Tourwinnaar. Met je maximale zuurstofopname wel: dat is exact hetzelfde getal dat ze bij hem of haar meten. Alleen een maatje kleiner.
De vraag die daarop volgt is altijd dezelfde: hoeveel heeft zo'n topsporter? Ik ben dat grondig gaan uitzoeken. Wat ik vond, was fascinerender dan ik verwachtte, en een pak minder betrouwbaar.

Wat meten we?
VO2max is de hoeveelheid zuurstof die je lichaam per minuut maximaal kan opnemen en verbruiken, gedeeld door je gewicht. Je leest het als milliliter zuurstof per kilogram per minuut.
Het is een keten: je longen halen de zuurstof binnen, je bloed vervoert ze, je hart pompt en je spieren verbranden ze. De zwakste schakel bepaalt het getal. Bij de meeste mensen is dat het hart, meer bepaald hoeveel bloed het per slag kan wegpompen.
Een gemiddelde veertiger die niet sport, zit rond 35. Een vrouw van dezelfde leeftijd zit rond 30, en dat verschil van ongeveer een vijfde loopt door alle leeftijden heen. Een goed getrainde recreant haalt 45 tot 55. Een profwielrenner zit tussen 70 en 85. En dan heb je de uitzonderingen.
De hoogste cijfers ooit
Jarenlang stond er één naam bovenaan: Oskar Svendsen. Een Noorse tiener die van het alpijnse skiën kwam en na amper drie jaar fietstraining wereldkampioen tijdrijden werd bij de junioren, in 2012. Datzelfde jaar blies hij in het labo 96,7 ml/kg/min. De fysiologen die hem volgden, publiceerden zijn hele dossier: protocollen, tussentijdse metingen, alles controleerbaar. Twee jaar later stopte hij met koersen, en zijn waarde zakte terug naar 77. Het best gedocumenteerde record ooit komt dus van iemand die de top nooit haalde. Alleen dat al zegt iets.
Daarboven staat sinds kort Kristian Blummenfelt, de Noorse triatleet en olympisch kampioen. Hij liet 101,1 optekenen: het eerste cijfer met drie cijfers voor de komma. Het ging de wereld rond.
Hier begint het te wringen. Blummenfelt deelde de test via zijn eigen kanalen, zonder protocol of onafhankelijke controle. Vakjournalisten noemden het meesterlijke marketing. Misschien klopt het perfect. We weten het niet.
En Jonas Vingegaard? Van hem circuleert 97, gemeten toen hij zeventien was. Die waarde komt van zijn vader, in een interview. Een rapport is er nooit bovengekomen.
Het geval Pogačar
Bij Tadej Pogačar is nooit een publieke labowaarde gemeten. Wat wetenschappers wel kunnen, is terugrekenen: neem zijn vermogen op de beklimmingen, zijn gewicht, de helling en de wind, en bereken hoeveel zuurstof hij daarvoor moet hebben verbrand.
- Elke week één onderwerp volledig uitgespit in een Dossier.
- Elke week Shownotes PLUS met wetenschappelijke verdieping bij de podcast.
- De Werkbladen en Checklists uit mijn praktijk om zelf aan de slag te gaan.
- Elke maand een live Ask Me Anything-sessie voor al jouw gezondheidsvragen.
