Ik heb ze als jonge huisarts zelf voorgeschreven. Er zit iemand voor je die al weken naar het plafond staart, en een recept is sneller geschreven dan een slaaptraining uitgelegd. Daar valt niemand iets te verwijten; zo werkt een druk spreekuur.
Intussen weten we goed wat er onder zo'n pil gebeurt. Je valt sneller in slaap en je wordt minder wakker, dat klopt. Maar in het slaaplabo verandert hoe je nacht eruitziet: meer lichte slaap, minder diepe slaap en minder droomslaap. Net die twee fasen waarin je brein herstelt, herinneringen opbergt en emoties verwerkt. De opbouw van je nacht heet de slaaparchitectuur, en bij de benzodiazepines en de zogenaamde Z-medicijnen verandert die. Vergelijk het met een glas te veel: je dommelt sneller in, maar je wordt niet uitgeslapen wakker.
Let op welk soort pil je in handen hebt. Naast de benzodiazepines en de Z-medicijnen wordt er veel voorgeschreven dat er niet toe behoort: een lage dosis van een antidepressivum zoals trazodon of mirtazapine, een antihistaminicum uit de rekken van de apotheek, of melatonine. Ze werken alle drie anders, en voor geen van hen is chronische slapeloosheid de eigenlijke indicatie.
- Elke week één onderwerp volledig uitgespit in een Dossier.
- Elke week Shownotes PLUS met wetenschappelijke verdieping bij de podcast.
- De Werkbladen en Checklists uit mijn praktijk om zelf aan de slag te gaan.
- Elke maand een live Ask Me Anything-sessie voor al jouw gezondheidsvragen.
Waarom stoppen zo moeilijk is
De Rolling Stones zongen in 1966 al over Mother's Little Helper, het pilletje waarmee moeder de dag doorkwam. Dat lied loopt niet goed af. Zestig jaar later begrijpen we waarom: je lichaam went aan de pil, waardoor dezelfde dosis na verloop van tijd minder doet. En wie stopt, slaapt de eerste nachten vaak slechter dan voordien. Dat heet rebound-slapeloosheid, en het voelt als het bewijs dat je de pil nodig hebt. Zo raak je eraan vast zonder dat iemand een fout maakte. Bij jarenlang gebruik komen daar valpartijen en geheugenproblemen bij, zeker boven de 65. Lees dit alleen niet als een aansporing om vanavond te stoppen. Ongeveer een op de drie mensen die een benzodiazepine of een Z-medicijn langer dan een halfjaar nemen, krijgt ontwenningsklachten wanneer ze eraan beginnen: onrust, angst, spierpijn, en net die slapeloosheid weer terug. Na hoge doses is een epileptische aanval bij bruusk stoppen zeldzaam, maar ze is beschreven. Daarom stop je nooit op eigen houtje.
Wat wel werkt
De behandeling met het sterkste bewijs is een training: cognitieve gedragstherapie voor slapeloosheid, kortweg CGT-I. Je beperkt je tijd in bed tot de uren die je werkelijk slaapt, je gebruikt je bed alleen om te slapen en je leert de paniek rond een slechte nacht ontmantelen. Wie daarmee start, is een half jaar later vaker van zijn slapeloosheid af dan wie met pillen start. En de winst blijft nadat de training stopt. Dat is het hele verschil met de pil. In België kan CGT-I via een eerstelijnspsycholoog, en er bestaan degelijke digitale varianten.

Neem je al jaren slaapmedicatie?
Dan is dit vooral een uitnodiging. Stoppen doe je nooit bruusk en altijd samen met je huisarts: geleidelijk afbouwen, in stappen van ongeveer een tiende tot een kwart van je dosis per week, en trager zodra je lichaam daarom vraagt. Dat afbouwen geldt voor de benzodiazepines en de Z-medicijnen; melatonine hoef je niet af te bouwen. Met de gedragstherapie ernaast slaag je vaker dan met afbouwen alleen. En soms is medicatie voor korte tijd de juiste keuze, in een acute crisis bijvoorbeeld. Voor 55-plussers kan melatonine met verlengde afgifte tijdelijk een bescheiden plaats hebben; ook die afweging maak je met je arts.
💊 Een slaappil kan een korte overbrugging zijn. Voor chronische slapeloosheid is gedragstherapie de behandeling met blijvend effect, en afbouwen na lang gebruik doe je geleidelijk en samen met je arts.
Het hele slaapverhaal, van inslapen tot rusteloze benen, lees je hier.

Eén vraag: is het wel slapeloosheid? Wie snurkt, ’s nachts hapt naar adem of overdag in slaap valt, denkt beter eerst aan slaapapneu, en dan is een kalmerende slaappil juist het verkeerde antwoord. Wie ’s avonds niet stil kan zitten met zijn benen, kan het rustelozebenensyndroom hebben. En wie ook de zin in alles kwijt is, moet aan een depressie durven denken. Alle drie vragen ze een ander gesprek.
Slaap zacht vannacht, ook als het voorlopig nog met een pil is.
- Elke week één onderwerp volledig uitgespit in een Dossier.
- Elke week Shownotes PLUS met wetenschappelijke verdieping bij de podcast.
- De Werkbladen en Checklists uit mijn praktijk om zelf aan de slag te gaan.
- Elke maand een live Ask Me Anything-sessie voor al jouw gezondheidsvragen.
Referenties
- Sousa Martins Silva, A., de Mendonça, F. M. R., de Mendonça, G. P. R., Souza, L. C., et al. (2023). Benzodiazepines and sleep architecture: A systematic review. CNS & Neurological Disorders - Drug Targets, 22(2), 172–179. https://doi.org/10.2174/1871527320666210618103344
- Riemann, D., et al. (2023). The European Insomnia Guideline: An update on the diagnosis and treatment of insomnia 2023. Journal of Sleep Research, 32(6), e14035. https://doi.org/10.1111/jsr.14035
- Furukawa, Y., Sakata, M., Furukawa, T. A., Efthimiou, O., & Perlis, M. (2024). Initial treatment choices for long-term remission of chronic insomnia disorder in adults: A systematic review and network meta-analysis. Psychiatry and Clinical Neurosciences, 78(11), 646–653. https://doi.org/10.1111/pcn.13730
- Takaesu, Y., et al. (2019). Psychosocial intervention for discontinuing benzodiazepine hypnotics in patients with chronic insomnia: A systematic review and meta-analysis. Sleep Medicine Reviews, 48, 101214. https://doi.org/10.1016/j.smrv.2019.101214
- Barbaux, L., Perrault, A. A., Cross, N. E., et al. (2025). Effect of chronic benzodiazepine and benzodiazepine receptor agonist use on sleep architecture and brain oscillations in older adults with chronic insomnia. Sleep, 48(10), zsaf168. https://doi.org/10.1093/sleep/zsaf168
- Wagner, J., & Wagner, M. L. (2000). Non-benzodiazepines for the treatment of insomnia. Sleep Medicine Reviews, 4(6), 551–581. https://doi.org/10.1053/smrv.2000.0126
- Lader, M. (2014). Benzodiazepine harm: How can it be reduced? British Journal of Clinical Pharmacology, 77(2), 295–301. https://doi.org/10.1111/j.1365-2125.2012.04418.x
- Brunner, E., Chen, C. A., Klein, T., et al. (2025). Joint clinical practice guideline on benzodiazepine tapering: Considerations when risks outweigh benefits. Journal of General Internal Medicine, 40(12), 2814–2859. https://doi.org/10.1007/s11606-025-09499-2
- Palagini, L., Brugnoli, R., Dell’Osso, B. M., et al. (2025). Clinical practice guidelines for switching or deprescribing hypnotic medications for chronic insomnia. Sleep Medicine, 128, 117–126. https://doi.org/10.1016/j.sleep.2025.01.033
- Atkin, T., Comai, S., & Gobbi, G. (2018). Drugs for insomnia beyond benzodiazepines: Pharmacology, clinical applications, and discovery. Pharmacological Reviews, 70(2), 197–245. https://doi.org/10.1124/pr.117.014381
