Veertien nachten, een potlood en het werkblad dat je hieronder afprint: meer heb je niet nodig om erachter te komen waarom je slecht slaapt, en of het probleem bij het inslapen zit, bij het doorslapen, of bij iets anders. Je berekent zelf één getal om slaap meetbaar te maken. Dat getal heet je slaapefficiëntie: het deel van je tijd in bed dat je echt slaapt. Twee weken invullen, en je weet meer over je nachten dan wie dan ook. En je legt meteen de basis voor de behandeling die bewezen beter werkt dan een pil.
• Je slaapefficiëntie per nacht en je weekgemiddelde, met één simpel rekensommetje
• Inzicht of je vooral een inslaap-, doorslaap- of te-lang-in-bed-probleem hebt
• De vijf bouwstenen van slaaptherapie zonder pillen, klaar om mee te starten
• Een duidelijke richtlijn om te weten wanneer je beter toch naar de arts stapt
Waarom één getal meer zegt dan een gevoel
Het gaat meestal zo: iemand slaapt al maanden slecht, stapt naar de huisarts, en vertelt dat de nachten een ramp zijn. De dokter knikt, en binnen tien minuten ligt er een voorschrift op tafel. Ik heb het zelf jarenlang zo gedaan, en ik snap het ook: je wil die persoon helpen, en een slaappil heeft diezelfde avond als resultaat.