Toen ik in 2006 mijn praktijk startte, was de menopauze in de spreekkamer nog omgeven door één woord: gevaarlijk! Hormoontherapie? Liever niet, veel te riskant. Tien jaar later klopt dat beeld niet meer. Voor de meeste vrouwen die kort na hun menopauze starten, is hormoontherapie veilig, en de vorm die je kiest en het moment waarop je begint bepalen samen bijna alles. De angst van vroeger is veranderd in een misverstand.
Dat misverstand heeft een geboortejaar. In 2002 stopte een grote Amerikaanse studie, de Women's Health Initiative, halverwege omdat de combinatie van hormonen meer borstkanker en hartproblemen leek te geven. De krantenkoppen deden de rest. Wat er in de kleine lettertjes stond, haalde de voorpagina niet: de gemiddelde deelneemster was 63 jaar, en velen waren al meer dan tien jaar voorbij hun menopauze. Ze kregen bovendien een paardenoestrogeen in tabletvorm, gecombineerd met een synthetisch progestageen dat we nu liever links laten liggen. Het waren, kortom, precies niet de vrouwen en niet de middelen die een arts vandaag zou kiezen.
Waarom timing zoveel uitmaakt
Toen onderzoekers diezelfde studiegegevens later opnieuw uitsplitsten naar leeftijd, kwam er iets moois boven. Bij vrouwen die binnen tien jaar na hun menopauze met hormonen begonnen, daalde het risico op hartziekte juist een beetje. Bij vrouwen die pas twintig jaar later startten, steeg het. Datzelfde patroon zag men keer op keer terug. Zo ontstond wat we nu de timing-hypothese noemen: hetzelfde middel is beschermend of schadelijk, afhankelijk van wanneer je het geeft.
De logica erachter is intuïtief. Zolang je bloedvaten nog soepel en gezond zijn, glijdt oestrogeen als een handschoen over een gezonde hand. Zitten je vaten al vol met kalk en schade, dan werkt datzelfde hormoon anders uit. Het praktische gevolg: het gunstige moment ligt binnen tien jaar na je laatste menstruatie, of vóór je 60ste. Later beginnen kan soms nog, maar dan wordt het echt maatwerk met een specialist.
Waarom de vorm het verschil maakt
Een pleister of gel op de huid is veiliger dan een tablet. Dat komt door een omweg. Een tablet die je slikt, passeert eerst je lever, en daar zet die de aanmaak van stollingseiwitten in gang. Het gevolg is een hoger risico op een klonter in je aders, wat we een veneuze trombo-embolie noemen. Een pleister of gel omzeilt die leverpassage volledig: het hormoon gaat rechtstreeks de bloedbaan in. Zo blijft het risico op een klonter, en ook op een beroerte, veel lager. Voor vrouwen die extra kwetsbaar zijn, denk aan overgewicht, een stollingsstoornis of migraine met aura, is de huidroute daarom bijna altijd de betere keuze.

En het progesteron dat erbij hoort als je nog een baarmoeder hebt? Ook daar is er een voorkeur: bio-identiek micro-progesteron, de vorm die je lichaam herkent, in plaats van het synthetische type uit de oude studies. Rustiger voor je borstweefsel, rustiger voor je hart.
En het borstkankerrisico dan?
Oestrogeen alleen, bij vrouwen zonder baarmoeder, geeft nauwelijks of geen extra borstkankerrisico, en soms zelfs iets minder. De combinatie van oestrogeen met een progestageen geeft wel een lichte stijging, en die groeit naarmate je het langer gebruikt. Om het concreet te maken: bij vijf jaar gebruik gaat het over grofweg één extra geval per tweehonderd vrouwen bij oestrogeen alleen, en ongeveer één per vijftig bij de dagelijkse combinatie. Dat is reëel, maar eigenlijk klein, en af te wegen tegen jarenlang beter slapen, minder opvliegers en sterkere botten. Lokale vaginale oestrogeen, ten slotte, geeft geen verhoogd risico, ook niet na borstkanker. Borstkanker vroeg ontdekken doen we door maandelijks zelfonderzoek en het bevolkingsonderzoek.
Hormoontherapie is niet gevaarlijk of veilig in het algemeen. Ze is veilig voor de juiste vrouw, in de juiste vorm, op het juiste moment. Die drie samen maken het verschil.
Voor wie is het dan geen goed idee? Bij een voorgeschiedenis van borstkanker blijft systemische hormoontherapie in principe af te raden, al is ook daar het denken aan het schuiven richting individueel overleg met de oncoloog. Een onbehandelde hoge bloeddruk regel je eerst. En bij een recente klonter of leverziekte geldt extra voorzichtigheid. Voor de overgrote meerderheid vrouwen met stevige klachten valt de afweging vandaag anders uit dan tien jaar geleden.
Wil je het hele verhaal over wat er in de overgang met je lichaam gebeurt, dan lees je dat hier. Als je twijfelt of hormoontherapie iets voor jou is, is dat precies het gesprek om met je arts te voeren.

Referenties
Rossouw, J. E., Prentice, R. L., Manson, J. E., Wu, L., Barad, D., Barnabei, V. M., Ko, M., LaCroix, A. Z., Margolis, K. L., & Stefanick, M. L. (2007). Postmenopausal hormone therapy and risk of cardiovascular disease by age and years since menopause. JAMA, 297(13), 1465-1477. https://doi.org/10.1001/jama.297.13.1465
Scarabin, P.-Y., Oger, E., & Plu-Bureau, G. (2003). Differential association of oral and transdermal oestrogen-replacement therapy with venous thromboembolism risk. The Lancet, 362(9382), 428-432. https://doi.org/10.1016/S0140-6736(03)14066-414066-4)
Mohammed, K., Abu Dabrh, A. M., Benkhadra, K., Al Nofal, A., Carranza Leon, B. G., Prokop, L. J., Montori, V. M., Faubion, S. S., & Murad, M. H. (2015). Oral vs transdermal estrogen therapy and vascular events: A systematic review and meta-analysis. The Journal of Clinical Endocrinology & Metabolism, 100(11), 4012-4020. https://doi.org/10.1210/jc.2015-2237
Collaborative Group on Hormonal Factors in Breast Cancer. (2019). Type and timing of menopausal hormone therapy and breast cancer risk: Individual participant meta-analysis of the worldwide epidemiological evidence. The Lancet, 394(10204), 1159-1168. https://doi.org/10.1016/S0140-6736(19)31709-X31709-X)
Chlebowski, R. T., Rohan, T. E., Manson, J. E., Aragaki, A. K., Kaunitz, A., Stefanick, M. L., Simon, M. S., Johnson, K. C., Wactawski-Wende, J., O'Sullivan, M. J., Adams-Campbell, L. L., Nassir, R., Lessin, L. S., & Prentice, R. L. (2015). Breast cancer after use of estrogen plus progestin and estrogen alone. JAMA Oncology, 1(3), 296-305. https://doi.org/10.1001/jamaoncol.2015.0494
Bingé, S. (2024). Lang zullen we leven. Borgerhoff & Lamberigts.