Dokter, ik wil van de slaappillen af

Dokter, ik wil van de slaappillen af

Slaappillen maken je slaap slechter. Het klinkt tegenstrijdig, maar het klopt. Het goede nieuws: 60 tot 85 procent van wie afbouwt, lukt het.

Ik hoor dat zinnetje vaak in de praktijk.

Mijn antwoord is dan vaak: "Oh, dat hoor ik graag. Zullen we er een plan voor maken?"

Dan volgt er een stilte. Want de wil is er, maar mensen zijn ook bang. Bang voor nachten zonder slaap. Bang voor piekergedachten.

Maar laat me je iets vertellen wat je misschien niet verwacht: stoppen met slaapmedicatie lukt veel makkelijker dan je denkt, en je slaap wordt er uiteindelijk beter van.

WIL JE De volledige uitleg?
CTA Image
  • Elke week één onderwerp volledig uitgespit.
  • De werkbladen en checklists uit mijn praktijk.
  • Elke maand een live sessie voor jouw vragen.
Ontdek Spreekuur PLUS

Welke slaapmiddelen bestaan er eigenlijk?

Niet alle slaappillen zijn gelijk. Laat ons even het landschap bekijken.

Benzodiazepinen — denk aan lormetazepam, temazepam, nitrazepam — zijn de klassiekers. Ze werken snel en effectief doordat ze je zenuwstelsel kalmeren via GABA, een remmende stof in je hersenen. Het probleem is dat je lichaam er razendsnel aan went. In het begin lijkt het een wondermiddel, maar na een paar weken is het een gewoonte waar je niet meer weet hoe je ervan af komt.

Z-drugs zoals zolpidem en zopiclone werden ooit gelanceerd als de "veiligere" opvolgers. Ze werken op dezelfde receptoren, maar gerichter. Dat klinkt goed, maar in de praktijk zijn de risico's op afhankelijkheid vergelijkbaar. Het is dezelfde val in een ander jasje.

Melatonine is een lichaamseigen hormoon dat je dag-nachtritme helpt regelen. Het mooie eraan: geen afhankelijkheid, geen slapeloosheid als je stopt. Vooral bij 60-plussers werkt het goed, zeker in de vorm met verlengde afgifte.

Orexine-receptorantagonisten — een hele mond vol, maar onthoud de naam daridorexant (merknaam: Quviviq). Dit is de nieuwste generatie slaapmedicatie. In plaats van je slaapsysteem te forceren, blokkeren ze het waaksysteem. Het resultaat: je valt natuurlijker in slaap, zonder de cognitieve bijwerkingen van benzodiazepinen.

Belangrijk voor België: daridorexant is in de EU goedgekeurd[1] en staat ook als vergund geneesmiddel in België (Quviviq); in de Belgische geneesmiddelendatabank wordt o.a. een vergunnings-/"approval"-datum van 11 juni 2025 vermeld.[2]

En bij het stoppen? In studies werd geen rebound-insomnie of onttrekkingssyndroom gezien, maar ‘geen risico’ bestaat niet: bespreek altijd individueel (o.a. comorbiditeiten, interacties, rijgeschiktheid, misbruikrisico) en check ook de actuele terugbetalingsvoorwaarden in België.

Sederende antidepressiva zoals trazodon en mirtazapine worden veel voorgeschreven als slaapmiddel, al is dat eigenlijk off-label. Ze geven minder afhankelijkheid, maar de wetenschappelijke onderbouwing specifiek voor insomnie is beperkt.

Antihistaminica zoals hydroxyzine werken sederend, maar kunnen bij ouderen voor problemen zorgen met het geheugen en de concentratie.

Sleeping Pills
Stoppen met slaapmedicatie lukt vaak beter dan verwacht

Waarom langdurig gebruik niet slim is

De richtlijnen zijn glashelder: benzodiazepinen en Z-drugs zijn bedoeld voor maximaal twee tot vier weken. Niet voor maanden. Niet voor jaren. En toch gebruiken miljoenen mensen ze veel langer. Ik wil je niet bang maken, maar ik wil je wel eerlijk informeren over wat er ondertussen met je lichaam gebeurt.

Je slaap wordt slechter, niet beter. Paradoxaal genoeg. Chronisch gebruik van benzodiazepinen gaat gepaard met minder diepe slaap, meer oppervlakkige slaap, en een langere inslaaptijd. Precies de klachten waarvoor je het middel ooit begon te nemen.

Je brein vertraagt. Ouderen die langdurig benzodiazepinen gebruiken, scoren slechter op verwerkingssnelheid. De link met dementie is wetenschappelijk nog niet waterdicht bewezen, maar meerdere grote overzichtsstudies vinden een verhoogd risico. Reden genoeg om voorzichtig te zijn.

Je valt sneller. Spierverslapping, duizeligheid, verminderde coördinatie — het zijn bekende bijwerkingen die het risico op vallen en fracturen flink verhogen. Vooral bij ouderen, en vooral in de eerste weken van gebruik.

Je wordt afhankelijk. Na een paar weken dagelijks gebruik ontwikkelt je lichaam een fysieke afhankelijkheid. Plotseling stoppen kan leiden tot rebound-slapeloosheid, angst en prikkelbaarheid. In zeldzame gevallen zelfs tot epileptische aanvallen. Dat maakt stoppen moeilijk. Maar niet onmogelijk.

Het goede nieuws

Hier komt het. Uit een overzicht van 28 gerandomiseerde studies blijkt dat gemiddeld 60% van de mensen succesvol stopt. Met de juiste aanpak loopt dat op tot 85%.

En het mooiste? Na twee weken afbouwen neemt je diepe slaap significant toe vergeleken met toen je nog medicatie nam. Je lichaam herstelt. Je hersenen herstellen. De slaap die je terugkrijgt is echte slaap, geen chemisch geïnduceerde verdoving.

Hoe pak je het aan?

De allerbelangrijkste regel: stop nooit abrupt. Nooit. Bouw geleidelijk af, in overleg met je arts. De meest recente internationale richtlijn geeft vijf principes mee die ik volledig onderschrijf.

Maak samen een plan. Niet iedereen hoeft op hetzelfde moment te stoppen. Bespreek met je arts of het juiste moment er is.

Bouw geleidelijk af. De Europese richtlijn adviseert een dosisreductie van 10 tot 25% per week. In de praktijk, zeker bij langdurig gebruik, werkt een trager schema van 4 tot 5 maanden vaak beter. Een veelgebruikt schema: verminder met 25% per twee weken. De laatste kwart is vaak het lastigst. Houd vol — het gaat voorbij.

Combineer met cognitieve gedragstherapie. Dit is de echte troef. Cognitieve gedragstherapie voor insomnie (CGT-i) leert je om je slaapgewoonten te verbeteren en je gedachten over slaap bij te stellen. Het is geen zweverig verhaal. Het is de meest onderbouwde behandeling voor insomnie die er bestaat. Onderzoek toont aan dat de combinatie van afbouwen en CGT-i bijna twee keer zo effectief is als alleen afbouwen. En dat effect houdt stand na een jaar.

Praat erover. Klinkt simpel, maar het werkt. In een grote studie kregen ouderen een informatiebrochure over de risico's van hun slaapmedicatie, met een concreet afbouwschema erbij. Resultaat: meer dan een kwart stopte volledig binnen zes maanden. Alleen door goede informatie.

Overweeg een veiliger alternatief. Bij het afbouwen kan het helpen om tijdelijk over te stappen op een middel zonder afhankelijkheidsrisico. De nieuwere orexine-antagonisten zoals daridorexant zijn veelbelovend: ze verbeteren de slaap en geven geen rebound bij het stoppen. Ook melatonine met verlengde afgifte kan een rol spelen.

WIL JE De volledige uitleg?
CTA Image
  • Elke week één onderwerp volledig uitgespit.
  • De werkbladen en checklists uit mijn praktijk.
  • Elke maand een live sessie voor jouw vragen.
Ontdek Spreekuur PLUS

Wat kun je verwachten?

Laten we eerlijk zijn: afbouwen is niet altijd makkelijk. Ongeveer de helft van de mensen ervaart milde klachten. Tijdelijk slechter slapen. Wat onrust of prikkelbaarheid. Maar — en dit is cruciaal — die klachten zijn voorbijgaand. Na een jaar is er geen verschil meer tussen mensen die gestopt zijn en mensen die zijn doorgegaan. En in geen enkele van de 28 gerandomiseerde studies werden ernstige complicaties gemeld.

Het is even doorbijten. Maar aan de andere kant wacht betere slaap, een helderder hoofd, en de vrijheid om 's avonds te gaan slapen zonder een pilletje nodig te hebben.

Slaapproblemen

Veelgestelde vragen

Ik slaap al zo slecht, wordt het dan niet nóg erger?

Even wel, ja. Maar dat is tijdelijk. Na twee weken begint je slaap zich te herstellen en wordt die uiteindelijk beter dan met de medicatie. Je lichaam moet opnieuw leren slapen — en dat kan het.

Ik gebruik het al tien jaar. Kan ik dan nog stoppen?

Absoluut. De duur van het gebruik maakt de afbouw langer, maar niet onmogelijk. Juist bij langdurig gebruik is geleidelijk afbouwen met begeleiding heel effectief.

Moet ik naar een specialist?

In de meeste gevallen kan je huisarts het afbouwtraject prima begeleiden. Bij complexe situaties of heel hoge doses kan een verwijzing naar een slaapkliniek of psychiater zinvol zijn.

Is CGT-i niet gewoon 'vroeger naar bed gaan'?

Nee. CGT-i is een gestructureerde therapie die werkt aan je slaapgedrag, je gedachten over slaap, en je slaapritme. Het wordt gegeven door getrainde therapeuten, soms ook online. Het is de gouden standaard voor insomnie.

Bestaan er slaappillen waar je niet afhankelijk van wordt?

Ja. Melatonine met verlengde afgifte en de nieuwere orexine-antagonisten geven geen afhankelijkheid en geen rebound-insomnie. Bespreek met je arts of dit een optie is voor jou.

WIL JE De volledige uitleg?
CTA Image
  • Elke week één onderwerp volledig uitgespit.
  • De werkbladen en checklists uit mijn praktijk.
  • Elke maand een live sessie voor jouw vragen.
Ontdek Spreekuur PLUS
Je bent niet veroordeeld tot levenslang slaappillen slikken. Je lichaam kan opnieuw leren slapen. Het vraagt geduld, een goed plan, en de moed om die eerste stap te zetten. Maar die stap hoef je niet alleen te zetten. Praat erover met je huisarts. Samen lukt het.

Referenties

Baillargeon, L., Landreville, P., Verreault, R., Beauchemin, J. P., Grégoire, J. P., & Morin, C. M. (2003). Discontinuation of benzodiazepines among older insomniac adults treated with cognitive-behavioural therapy combined with gradual tapering: A randomized trial. CMAJ, 168(10), 1257–1264.

Brandt, J., Leong, C., Gomes, T., et al. (2024). Prescribing and deprescribing guidance for benzodiazepine and benzodiazepine receptor agonist use in adults. eClinicalMedicine, 70, 102509.

Brunner, E., Gicquelais, R. E., Saxon, A. J., et al. (2025). Joint clinical practice guideline on benzodiazepine tapering. Journal of General Internal Medicine, 40, 1083–1098.

Capiau, A., Dequeker, S., Boussery, K., & Petrovic, M. (2022). Therapeutic dilemmas with benzodiazepines and Z-drugs. European Geriatric Medicine, 13(3), 539–551.

Ferreira, P., Ferreira, A. R., & Bhatt, N. (2021). Is there a link between the use of benzodiazepines and related drugs and dementia? European Geriatric Medicine, 12(5), 913–921.

Léger, D., Dauvilliers, Y., Roth, T., et al. (2021). Absence of withdrawal symptoms and rebound insomnia upon discontinuation of daridorexant. Sleep, 44(Suppl. 2), A137.

Liu, L., Suo, T., Shen, Y., et al. (2020). The effects of benzodiazepine use and abuse on cognition in the elders. Frontiers in Psychiatry, 11, 755.

Palagini, L., Hertenstein, E., Riemann, D., et al. (2025). Clinical practice guidelines for switching or deprescribing hypnotic medications for chronic insomnia. Sleep Medicine, 127, 106–117.

Paquin, A. M., Zimmerman, K., & Rudolph, J. L. (2014). Risk versus risk: A review of benzodiazepine reduction in older adults. Expert Opinion on Drug Safety, 13(7), 919–934.

Poyares, D., Guilleminault, C., Ohayon, M. M., & Tufik, S. (2004). Chronic benzodiazepine usage and withdrawal in insomnia patients. Journal of Psychiatric Research, 38(3), 327–334.

Takaesu, Y., et al. (2019). Psychosocial intervention for discontinuing benzodiazepine hypnotics in patients with chronic insomnia. Sleep Medicine Reviews, 48, 101214.

Tannenbaum, C., et al. (2014). Reduction of inappropriate benzodiazepine prescriptions among older adults through direct patient education: The EMPOWER cluster randomized trial. JAMA Internal Medicine, 174(6), 890–898.

Voshaar, R. C., et al. (2003). Tapering off long-term benzodiazepine use with or without group cognitive-behavioural therapy. The British Journal of Psychiatry, 182(6), 498–504.

Wang, L., et al. (2021). A network meta-analysis of the long- and short-term efficacy of sleep medicines. Neuroscience & Biobehavioral Reviews, 131, 489–496.

Wu, C. C., Chang, C. Y., & Wu, J. Y. (2023). Benzodiazepine use and the risk of dementia in the elderly population. Journal of Personalized Medicine, 13(2), 278.

Zeraatkar, D., et al. (2025). Comparative effectiveness of interventions to facilitate deprescription of benzodiazepines and other sedative hypnotics. The BMJ, 388, e080469.

Zhou, M. H., et al. (2023). Orexin dual receptor antagonists, zolpidem, zopiclone, eszopiclone, and cognitive research. Frontiers in Human Neuroscience, 17, 1045525.